Door de banden met de Royal Botanic Gardens, wordt Wakehurst Place ook wel “Kew in the Country” genoemd. Het kan bogen op een lange tuinhistorie; volgens de overlevering zou de eerste eigenaar een Normandische edelman zijn geweest, die huwde met de dochter van Willem de Veroveraar. In 1890 werd het landgoed verkocht aan Sir William en Lady Boord, van wie gezegd wordt dat zij een toegewijd tuinierster was. Haar interesse lag vooral bij rots- tuinen en zij maakte ook het ontwerp voor de rotstuin in Wakehurst Place. In 1903 kocht Gerald W.E. Loder (Lord Wakehurst) het landgoed. In de loop van 33 jaar ontwikkelde hij de woodland en de formele tuinen met o.a. planten uit Nieuw-Zeeland en Chili. Voor deze planten had Wakehurst Place het ideale groeimilieu, immers was hier sprake van een vallei op het zuiden met een goed doorlatende bodem. Zijn werk werd door de volgende eigenaar, Sir Henry Price, voortgezet, die het landgoed in 1963 aan The National Trust schonk. Op 1 januari 1965 werd het beheer en de verdere ontwikkeling van Wakehurst Place Garden overgedragen aan The Royal Botanic Gardens, Kew.

De verschillende gedeelten van Wakehurst Place

Wakehurst Place bestaat uit verschillende gedeelten: een pinetum, een heidetuin, een rotstuin, omsloten vaste plantentuinen en natuurlijke vijvers. In Wakehurst kan men gewassen aantreffen die door luchtvervuiling en slechte grond elders niet kunnen gedijen. Het klimaat is zachter, de grond is van betere kwaliteit en de relatieve luchtvochtigheid is er hoger, waardoor vele exoten b.v. afkomstig van een hoogte van meer dan 3000 m. hoogte in Himalaya’s, zich hier kunnen ontwikkelen. Een kleine greep uit de vele facetten van deze uitgestrekte tuin: Shrubborders, Watergarden, Sir Henry Price Garden, Rock terraces, View en Walk, Pinetum, Westwood Lake, Horsebridge Woods, Himalaya Valley Glade, Rhododendron Walk, Bloomer’sValley, Bethlehem Woods.