Onlangs ben ik weer teruggekeerd van een fraaie tuinreis door Zuid-Wales. Op stap met ervaren Groei en Bloei tuinreizigers, die al lang met Garden Tours op stap gaan en al vele tuinen in Europa met ons hebben bezocht. Eerder waren ze al eens in Wales, maar de tijd was rijp om hier nog eens te gaan kijken. En dat hebben we dus gedaan.

Met de Stena Line – zoals altijd zeer comfortabel – naar Harwich overgevaren en vandaar met de bus dwars door het Verenigd Koninkrijk heen. ’s Middags naar de beroemde Tintern Abbey en Dewstow Gardens. De laatste tuin is een complex van tuinen en grotten in Victoriaanse stijl dat – terecht – niet op ieders bijval mocht rekenen. Dat bleek gelukkig zo ongeveer de enige minder geslaagde tuin die we op deze reis aandeden, alhoewel de nodige personen het toch erg leuk vonden.

Niet alleen tuinen deze keer, daarom maakten we een korte treinrit door het prachtige Brecon Beacons National Park. Na de lunch in de oude stationsrestauratie op bezoek bij de Walled Garden Treberfydd. Dat bleek een absolute voltreffer: borders wisselden kwekerijplanten af en dat alles bleek van onberispelijke kwaliteit, bijeengebracht binnen de beschutting van eeuwenoude muren. Ook in de eeuwenoude hal naast de ommuurde tuin mocht er nog een kijkje worden genomen.

De volgende dag bleek nog eens, dat ook in Zuid-Wales de wegen uiterst smal kunnen zijn, dus overstappen in een kleiner busje, dat ons naar Dyffryn Fernand bracht. De extra transfer bleek het waard: een prachtige privétuin, grenzen aan het ruwe omringende landschap. Deze tuin wordt niet voor niets beschouwd als de beste privétuin van Wales. Upton Castle bleek daarna omringd door de mooiste bomen die maar denkbaar zijn. Als enige bezoeker – dat was in veel tuinen het geval – was het optimaal genieten van de eiken, beuken en andere schoonheden.

Na opnieuw een comfortabele overnachting nu naar Dyffryn gardens. Hier leek wel of we een reis door de tijd hadden gemaakt want zelden is er een mooier voorbeeld van een Victoriaanse tuin bezocht. Het huis bleek prachtig: jammer dat het geld uiteindelijk op was bij de verbouwing tot een hotel, want hier had iedereen wel een nachtje willen doorbrengen! Cardiff bleek ’s middags in de zomerzon een gezellige stad te zijn, met klassieke elementen als kerken en een kasteel in het centrum, maar ook talloze galleries en talloze winkelstraten, waar druk gebruik van werd gemaakt. Niemand had hier tijd over, iedereen amuseerde zich kostelijk.

Aberglasney bleek de volgende dag de mooiste tuin. Niet alleen een bordertuin van de hand van de beroemde Penelope Hobhouse, maar ook een schaduwtuin met een ongekende collectie planten die zich hier thuis voelen. Ondanks het feit dat hier de complete morgen kon worden doorgebracht, had iedereen hier toch tijd te kort. ’s Middags wachtte echter de National Botanic Garden van Wales op ons. De bekende druppelvormige kas en omringende tuinen bleken nog steeds grote aantrekkingskracht op de bezoekers te hebben. Bijzonder: op het terras bleek een festival gehouden te worden dat geheel aan de harp was gewijd. Dat magische instrument blijkt onlosmakelijk met de Keltische muziek verbonden. Aan het eind van het bezoek barstte de bui letterlijk los en meldde iedereen zich weer bij de bus: terug naar de bus voor de laatste overnachting.

Met het bijzondere Veddw werd tenslotte afscheid genomen van deze bijzondere streek. De laatste tuin maakte de tongen los. Conclusie: of je houdt ervan of je haat het, maar bijzonder blijft het! Een tocht dwars door Engeland deed ons tenslotte weer in een sfeervol restaurant belanden, waar nog werd gegeten alvorens we de ferry van de Stena Line opzochten. Een opnieuw relaxte overtocht later bracht iedereen weer in Hoek van Holland: het einde van opnieuw een bijzondere tuinreis!